Onze aanpak

De Triple-C Methodiek

Triple-C (Client, Coach, Competentie) is een in de praktijk ontwikkelde behandel- en begeleidingsmethodiek voor mensen met een verstandelijke beperking en moeilijk verstaanbaar gedrag. De methodiek is ontwikkeld door ASVZ en wetenschappelijk onderzocht aan Tilburg University.

DG Zorgveiligheid past de Triple-C methodiek toe als fundament van haar werkwijze. Op deze pagina lichten wij de wetenschappelijke basis, de kernprincipes en de praktische toepassing toe.

Wetenschappelijke basis

Een methodiek geworteld in wetenschap en praktijk

Triple-C is ontwikkeld vanuit de klinische praktijk bij ASVZ, een van de grootste zorgaanbieders in Nederland voor mensen met een verstandelijke beperking. De methodiek is systematisch beschreven en onderzocht in het proefschrift van dr. Tess Tournier aan Tilburg University, in samenwerking met de University of Glasgow en de University of Warwick.[1][2]

In 2020 publiceerden Tournier, Hendriks, Jahoda, Hastings en Embregts een logisch model voor de Triple-C interventie in het Journal of Policy and Practice in Intellectual Disabilities. Dit model beschrijft de onderliggende aannames, werkzame mechanismen en beoogde uitkomsten van de interventie op basis van interviews met de grondleggers, focusgroepen met begeleiders, psychologen en managers, en analyse van gepubliceerde Triple-C literatuur.[1]

De theoretische fundamenten van Triple-C zijn geworteld in meerdere wetenschappelijke tradities. De hechtingstheorie van Bowlby (1969/1982) vormt een centraal uitgangspunt: de overtuiging dat een veilige, betrouwbare relatie de basis is voor ontwikkeling en welbevinden.[3] Janssen, Schuengel en Stolk (2002) toonden aan dat een stress-hechtingsmodel kan verklaren waarom mensen met ernstige verstandelijke beperkingen probleemgedrag ontwikkelen wanneer hechtingsrelaties verstoord zijn.[4]

Daarnaast sluit Triple-C aan bij de principes van Positive Behavioral Support (PBS) en Active Support. Waar PBS zich richt op het functioneel analyseren en preventief benaderen van probleemgedrag, en Active Support op het faciliteren van betekenisvolle activiteiten, integreert Triple-C deze elementen binnen een relationeel kader.[1][5]

Academische erkenning

  • Proefschrift Tilburg University (2021)
  • Gepubliceerd in peer-reviewed journals
  • Internationale samenwerking (Glasgow, Warwick)
  • Erkend door Kennisplein Gehandicaptensector

Kernpublicatie

Tournier, T., Hendriks, A.H.C., Jahoda, A., Hastings, R.P. & Embregts, P.J.C.M. (2020).

"Developing a Logic Model for the Triple-C Intervention"

Journal of Policy and Practice in Intellectual Disabilities, 17(4), 297-307.

Visueel model

Het Triple-C Framework

ClientOnvoorwaardelijkerelatieCoachProfessionelebegeleidingCompetentieBetekenisvolleactiviteitenTriple-CIntegratieGebaseerd op: Hechtingstheorie (Bowlby) · Zelfdeterminatietheorie (Deci & Ryan) · Active Support (Mansell & Beadle-Brown)

Bron: Tournier, T. et al. (2020). Logic Model for Triple-C. JPPID, 17(4), 297-307.

De drie pijlers

Client, Coach en Competentie

Het logisch model van Triple-C beschrijft drie kerncomponenten die samen een geïntegreerd behandelkader vormen. Elk element is onderbouwd door wetenschappelijke inzichten uit de hechtingstheorie, gedragswetenschappen en rehabilitatieliteratuur.

De onvoorwaardelijke relatie

Client

Het eerste C staat voor de cliënt en de onvoorwaardelijke relatie die de begeleider met hem of haar opbouwt. Dit principe is geworteld in de hechtingstheorie van Bowlby (1969/1982): een veilige basis is noodzakelijk voor ontwikkeling en welbevinden. Tournier et al. (2023) toonden aan dat 'connectedness', de ervaren verbondenheid tussen begeleider en client, een cruciaal werkzaam mechanisme is binnen Triple-C.

  • Onvoorwaardelijke acceptatie als uitgangspunt
  • Veilige hechtingsrelatie als basis voor gedragsverandering
  • Begeleider als betrouwbare, voorspelbare factor
  • Gebaseerd op hechtingstheorie (Bowlby) en stress-hechtingsmodel (Janssen et al., 2002)

Ref: Bowlby, 1969; Tournier et al., 2023

Professionele begeleiding

Coach

Het tweede C verwijst naar de begeleider als coach. De begeleider creëert een voorspelbare, gestructureerde omgeving en ondersteunt de cliënt bij het ontwikkelen van vaardigheden. Dit sluit aan bij de principes van Active Support (Mansell & Beadle-Brown, 2012), waarbij actieve participatie in betekenisvolle activiteiten centraal staat. De coach werkt niet vanuit controle, maar vanuit verbinding.

  • Structuur en voorspelbaarheid als therapeutisch instrument
  • Coaching in plaats van controleren
  • Aansluiting bij Active Support principes
  • Focus op het creëren van een veilig, stimulerend klimaat

Ref: Mansell & Beadle-Brown, 2012

Betekenisvolle activiteiten

Competentie

Het derde C staat voor competentie: het ontwikkelen van vaardigheden door middel van betekenisvolle, terugkerende activiteiten. Door samen te werken aan concrete taken ervaart de cliënt succeservaringen, groeit het zelfvertrouwen en neemt probleemgedrag af. Dit principe is consistent met de zelfdeterminatietheorie (Deci & Ryan, 2000), die stelt dat competentie-ervaring een basisbehoefte is.

  • Betekenisvolle activiteiten als therapeutisch middel
  • Opbouwen van competentie-ervaring en zelfvertrouwen
  • Consistent met zelfdeterminatietheorie
  • Terugkerende structuur versterkt voorspelbaarheid

Ref: Deci & Ryan, 2000

Theoretisch kader

Wetenschappelijke wortels van Triple-C

Hechtingstheorie

Bowlby (1969/1982); Janssen, Schuengel & Stolk (2002)

De hechtingstheorie stelt dat mensen een aangeboren behoefte hebben aan veilige, betrouwbare relaties. Bij mensen met een verstandelijke beperking is deze behoefte vaak onvervuld, wat kan leiden tot onveilige hechtingspatronen en probleemgedrag. Janssen et al. (2002) ontwikkelden een stress-hechtingsmodel dat verklaart hoe verstoorde hechtingsrelaties bijdragen aan moeilijk verstaanbaar gedrag bij mensen met ernstige verstandelijke beperkingen. De Schipper en Schuengel (2010) toonden aan dat hechtingsgedrag richting begeleiders significant samenhangt met de mate van probleemgedrag.[3][4][6]

Positive Behavioral Support (PBS)

Carr et al. (2002); Hassiotis et al. (2018)

PBS is een evidence-based benadering die zich richt op het begrijpen van de functie van probleemgedrag en het creëren van omgevingsaanpassingen die probleemgedrag voorkomen. Triple-C deelt met PBS de nadruk op preventie en het aanpassen van de omgeving, maar voegt daar een expliciet relationeel component aan toe. Tournier et al. (2020) beschrijven hoe Triple-C elementen van PBS integreert binnen een breder kader van onvoorwaardelijke ondersteuning.[1][7]

Active Support

Mansell & Beadle-Brown (2012)

Active Support is een evidence-based model dat zich richt op het ondersteunen van mensen met verstandelijke beperkingen bij het participeren in betekenisvolle activiteiten. Het 'Competentie'-element van Triple-C sluit hier nauw bij aan. Waar Active Support primair focust op activiteitenparticipatie, plaatst Triple-C dit binnen de context van een onvoorwaardelijke begeleidingsrelatie.[5]

Zelfdeterminatietheorie

Deci & Ryan (2000)

De zelfdeterminatietheorie identificeert drie psychologische basisbehoeften: autonomie, competentie en verbondenheid. Triple-C adresseert met name de behoeften aan competentie (door betekenisvolle activiteiten) en verbondenheid (door de onvoorwaardelijke relatie). Deze theoretische aansluiting versterkt de wetenschappelijke onderbouwing van de werkzame mechanismen.[8]

Praktische impact

Van wetenschappelijk inzicht naar meetbare resultaten

De Triple-C methodiek vertaalt wetenschappelijke inzichten naar concrete, meetbare verbeteringen in de dagelijkse zorgpraktijk.

Teamversterking

Begeleiders ervaren meer competentie en werkplezier. Het gedeelde kader van Triple-C versterkt de teamcohesie en vermindert werkdruk.

Minder incidenten

Door preventief te werken vanuit de relatie en structuur te bieden, dalen agressie-incidenten. Dit is consistent met de PBS-literatuur over proactieve benaderingen.

Kennisoverdracht

Onze professionals dragen de principes van Triple-C over aan uw team, zodat de methodiek geborgd wordt in de organisatie.

Meetbare resultaten

Regelmatige evaluaties op basis van gevalideerde instrumenten maken de voortgang inzichtelijk en wetenschappelijk verantwoord.

Betere zorgkwaliteit

Een veilige, voorspelbare omgeving leidt tot betere zorguitkomsten voor cliënten en meer welbevinden voor medewerkers.

Structurele verbetering

Triple-C is geen tijdelijke interventie maar een organisatiemodel dat structureel de kwaliteit van zorg en begeleiding verbetert.

Literatuur

Wetenschappelijke referenties

Onderstaande publicaties vormen de wetenschappelijke basis van de Triple-C methodiek en de werkwijze van DG Zorgveiligheid.

[1]

Tournier, T., Hendriks, A.H.C., Jahoda, A., Hastings, R.P. & Embregts, P.J.C.M. (2020). Developing a Logic Model for the Triple-C Intervention: A Practice-Derived Intervention to Support People with Intellectual Disability and Challenging Behavior.

Journal of Policy and Practice in Intellectual Disabilities, 17(4), 297-307.

DOI
[2]

Tournier, T. (2021). Understanding Triple-C and the importance of relationships in the lives of people with intellectual disabilities who present challenging behaviour.

Proefschrift, Tilburg University.

[3]

Bowlby, J. (1969/1982). Attachment and Loss: Vol. 1. Attachment.

Basic Books, New York.

[4]

Janssen, C.G.C., Schuengel, C. & Stolk, J. (2002). Understanding challenging behaviour in people with severe and profound intellectual disability: A stress-attachment model.

Journal of Intellectual Disability Research, 46(6), 445-453.

DOI
[5]

Mansell, J. & Beadle-Brown, J. (2012). Active Support: Enabling and Empowering People with Intellectual Disabilities.

Jessica Kingsley Publishers, London.

[6]

De Schipper, J.C. & Schuengel, C. (2010). Attachment behaviour towards support staff in young people with intellectual disabilities: associations with challenging behaviour.

Journal of Intellectual Disability Research, 54(7), 584-596.

DOI
[7]

Hassiotis, A., et al. (2018). Clinical outcomes of staff training in positive behaviour support to reduce challenging behaviour in adults with intellectual disability: Cluster randomised controlled trial.

The British Journal of Psychiatry, 212(3), 161-168.

DOI
[8]

Deci, E.L. & Ryan, R.M. (2000). The "what" and "why" of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior.

Psychological Inquiry, 11(4), 227-268.

DOI
[9]

Tournier, T., Hendriks, A.H.C., Jahoda, A., Hastings, R.P. & Embregts, P.J.C.M. (2023). "Connectedness" between people with intellectual disabilities and challenging behaviour and support staff.

Journal of Intellectual Disabilities, 27(1), 178-197.

DOI
[10]

Royston, R., et al. (2023). Complex interventions for aggressive challenging behaviour in adults with intellectual disability: A rapid realist review.

PLoS ONE, 18(5), e0285590.

DOI
[11]

Van Wouwe, H. & Van de Weerd, D. (2021). Triple-C, tot hier en verder: Menswaardig begeleiden, organiseren en coachen.

ISBN: 9789081874090.

[12]

Hogan, L. & Bigby, C. (2023). Supporting people with complex and challenging behaviour.

In Disability Practice: Safeguarding Quality Service Delivery. Springer.

DOI

Wilt u weten hoe Triple-C uw organisatie kan versterken?

Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek over de wetenschappelijk onderbouwde aanpak van DG Zorgveiligheid.

Plan een kennismaking

Snel een vraag?

App ons gerust via WhatsApp